Vliegen na duiken
Bron: PADI Training Bulletin, 2002/Q4
Verandering in de regels voor het vliegen na het duiken
De workshop die in mei 2002 in Durham, North Carolina, USA gehouden is, heeft geresulteerd in nieuwe aanbevelingen
voor het vliegen na het duiken. Dit is een overzicht van die aanbevelingen en wijzingen.
Aanbevelingen uit de workshop voor het vliegen na het duiken van 2002
Algemene aanbevelingen. Recente experimenten geven aan dat het risico
op decompressieziekte afneemt naarmate het interval tussen de laatste duik en het begin van de vlucht toeneemt.
Gebaseerd op deze studies is de workshop tot de volgende conclusies gekomen. Deze aanbevelingen zijn van toepassing
op vluchten met een cabinedruk van tussen de 600 en 2400 meter en
op duikers zonder tekens en symptomen van decompressieziekte.
Werk dat door Bühlmann gedaan is en dat verwerkt is in het US Navy Diving Manual geeft aan dat een onmiddellijke opstijging
naar een druk van 600 meter mogelijk is met een laag risico op decompressieziekte. In 1999 is de US Navy overgestapt op
een meer flexibele procedure die gedeeltelijk gebaseerd is op Bühlmann en Vann et al. Het volgen van deze procedures
beperkt het risico op decompressieziekte, maar kan geen garantie geven dat de duiker decompressieziekte voorkomt.
Voor duiken binnen de nultijd
- Een enkele duik
Een interval van 12 uur voor de vlucht wordt aanbevolen.
- Herhalingsduiken en/of duiken over verschillende dagen
Een interval van 18 uur voor de vlucht wordt aanbevolen.
Voor duiken met een vereiste decompressiestop
- Een interval van langer dan 18 uur voor de vlucht wordt aanbevolen.